Uitspraak CRvB: gebruikelijke hulp en begeleiding - WMO training

Op 14 april 2021 heeft De Centrale Raad van Beroep heeft een uitspraak gedaan over gebruikelijke hulp van huisgenoten op het gebied van begeleiding.
Hierbij ging het om een echtgenote die als gevolg van hersenletsel iemand nodig had om haar erop te wijzen dat ze bepaalde taken moest oppakken. Zij hoeft niet aangestuurd te worden; het gaat om herinneren. In de AWBZ had ze hiervoor een PGB ontvangen.

De uitspraak zegt niets over de omvang van het PGB. Na het overgangsrecht zet de gemeente dit PGB stop. Betrokkene gaat in bezwaar, zonder succes en dan gaat ze in beroep. De rechtbank zegt hierover dat een taakverdeling waarin de één de financiën bijhoudt en de ander niet, of de één vaker het initiatief neemt of aangereikt krijgt met familie te bellen, in zijn algemeenheid in de relationele sfeer vaker voorkomt.
Dat betekent niet direct dat deze begeleiding de gebruikelijke hulp overstijgt.

De rechtbank constateert dat betrokkene de meeste taken in het huishouden en het verzorgen van de kinderen zelfstandig doet. Ze heeft geen aansturing of hulp bij die taken nodig. Wel is het nodig dat iemand haar erop wijst wat ze moet doen. Met het oog hierop heeft de gemeente kunnen concluderen dat de door de partner van betrokkene geboden begeleiding de gebruikelijke hulp niet overstijgt. De Centrale Raad is het hier mee eens. De Raad constateert dat tijdens de zitting van de rechtbank verklaard is dat de aansturing door haar partner bestaat uit het dagelijks ophangen van briefjes met taken die zij de betreffende dag moet doen. Verder belt hij gedurende de dag regelmatig om te controleren of ze iets heeft gedaan, of om haar ergens aan te herinneren. Op sommige dagen kan ze makkelijker onthouden wat ze moet doen, maar soms vergeet ze het weer, waardoor haar partner iets meerdere keren moet zeggen of herhalen.

De Raad vindt dat gebruikelijk en concludeert: aansturing van deze aard en omvang mag immers naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid verwacht worden van de partner van appellante.(ECLI:NL:CRVB:2021:823).

Op de website van binnenlandsbestuur heeft Wim Peters, jurist van Stimulansz een reactie geschreven op deze uitspraak.