Respijtzorg kan beter - WMO training

Mantelzorgers en vrijwilligers spelen een onmisbare rol voor de grote en groeiende groep ouderen die zelfstandig thuis woont. Om de zorg goed vol te kunnen houden is het belangrijk dat mantelzorgers de zorg durven delen zodat zij tijdelijk even op adem kunnen komen. Om allerlei redenen ervaren zij nog veel drempels om van respijtzorg gebruik te maken. Een van de redenen is dat respijtzorg niet goed aansluit bij de wensen van mantelzorgers. Daarom is begin 2019 mevrouw Ross gevraagd de landelijk aanjager respijtzorg te worden en samen met gemeenten, zorgverzekeraars en zorgaanbieders te bekijken hoe het komt dat vraag en aanbod van respijtzorg onvoldoende op elkaar aansluiten. Op 3 februari 2020 is het eindrapport hiervan verschenen.

Conclusie: Verbetering van respijtzorg kan vooral bereikt worden door te bevorderen dat deze eerder, makkelijker en meer op maat kan worden ingezet. Over dit perspectief bestaat brede consensus, maar de realisatie ervan is moeilijk, vooral omdat spelers met verschillende verantwoordelijkheden en domeinen dit samen mogelijk moeten maken. Zij hebben daarvoor een gemeenschappelijke visie nodig en de bereidheid om ruimte te maken in regelgeving. Dit is geen gemakkelijke opgave zeker wanneer de grenzen tussen de domeinen voorwerp van discussie zijn, zoals helaas al het geval is. Er is binnen de huidige regelgeving echter wel al veel mogelijk, zoals is gebleken uit de vele initiatieven die door de aanjager bezocht zijn.

Er zijn 10 aanbevelingen gedaan. Dit zijn ze:

  1. Op het moment dat de diagnose of zorgvraag van de cliënt wordt gesteld moet er ook aandacht voor de mantelzorg zijn.
  2. Aansluiten bij de landelijke campagne van Mantelzorg NL 2020 voor meer ‘naamsbekendheid’ en bewustwording.
  3. Respijtzorg moet direct ingezet kunnen worden op het moment dat dit nodig is.
  4. Het moet beter bekend zijn hoe en op welke plek respijtzorg aangevraagd kan worden.
  5. De mantelzorger moet eerder in beeld zijn en zijn/haar eigen wensen, behoeften en voorkeuren tijdig kunnen bespreken.
  6. Meetbaar maken van het effect van de inzet van respijtzorg om tot verbetering van aanbod te komen.
  7. Het optimaliseren van de huidige mogelijkheden door het creëren van goede samenwerking tussen gemeenten en verzekeraars binnen de bestaande systeemgrenzen.
  8. De inzet van bovengemeentelijke of regionale respijtvoorzieningen verbeteren, omdat cliënt, mantelzorger en voorziening vaak geografisch gescheiden zijn.
  9. Aanbieders de ruimte geven voor de inzet van respijtzorg, zonder aan betaaltitels vast te zitten.
  10. Over de gewenste aanpassingen in het beleid, regelgeving en bekostigingssysteem om de belemmeringen voor de inzet van respijtzorg weg te nemen, zal de aanjager de Minister adviseren.