Landelijk normenkader hulpmiddelen - WMO training

Bij het aanvragen, leveren en onderhouden van hulpmiddelen gaat veel mis. Het ministerie van VWS heeft hier actie op ondernomen en er is nu een breed gedragen normenkader opgesteld. Er hebben meer dan 50 partijen meegewerkt aan de totstandkoming van het actieplan en het normenkader; van gemeenten, zorgverzekeraars tot aan ergotherapeuten en uiteraard ook cliënten.

Op basis van deze normen worden door cliënten ervaren drempels in de uitvoeringspraktijk verminderd en de toegang, levering en het gebruik (en onderhoud) van hulpmiddelen voor cliënten merkbaar verbeterd. De volgende punten staan in dit normenkader:

  • Dit normenkader stelt de cliënt (en zijn naasten) centraal.
  • De betrokkenen nemen elke vraag en/of signaal van de cliënt serieus, benutten de ervaringsdeskundigheid van de cliënt en verplaatsen zich in de positie van de cliënt. Iedereen behandelt elkaar met respect, communiceert met fatsoen en houdt het gezamenlijk doel voor ogen.
  • De financier (gemeente, zorgverzekeraar of zorgkantoor) is eindverantwoordelijk voor het passend en tijdig leveren van een adequate voorziening waarbij integraal wordt gekeken naar samenhang met andere hulpmiddelen en/of diensten. De financier blijft te allen tijde aanspreekbaar.
  • De leverancier neemt altijd binnen vijf werkdagen na ontvangst van de leveringsopdracht contact op met de cliënt over het (leverings)proces. De cliënt wordt vervolgens proactief op de hoogte gehouden van de levering.
  • De leveranciers gaan werken aan een betere dienstverlening voor cliënten voor wie geldt dat hun hulpmiddelen relatief complexe en veel aanpassingen behoeven. Voor deze cliënten wordt een aparte casemanager aangesteld, die goed zicht heeft op de situatie van de cliënt en het leveringsproces. De gemeente brengt al vroeg in beeld of een cliënt hieraan voldoet.
  • Een op maat gemaakt hulpmiddel blijft beschikbaar voor de persoon voor wie deze is gemaakt. Het verhuisconvenant maakt dit mogelijk voor verhuizingen tussen gemeenten. Daarnaast moet een cliënt met een Wmo-hulpmiddel die bijvoorbeeld naar een Wlz-instelling verhuist, ook ontzorgd worden.
  • Er zal sprake zijn van een betere service aan cliënten die al een hulpmiddel hebben én aan hen die dat nog niet hebben. Alle partijen voorkomen onnodige herhaling van de uitvraag van (medische) gegevens en maken onderscheid tussen een bekende of nieuwe cliënt. Daarnaast gaan partijen aan de slag om het aanvraag- en reparatieproces te versimpelen en transparanter te maken.
  • Er wordt eerder contact gelegd tussen het revalidatiecentrum en de gemeente, zorgkantoor of zorgverzekeraar. Het revalidatieteam wordt bij de aanvraag betrokken en indien van toepassing, is het functionele advies van het revalidatieteam leidend, tenzij partijen een onderbouwing hebben om hiervan af te wijken. In alle gevallen wordt het functionele advies van een betrokken ergotherapeut in acht genomen.

Het gaat nu om het daadwerkelijk realiseren van de acties door de betrokken mensen in de praktijk. De leden van de bestuurlijke tafel hulpmiddelen hebben uitgesproken dat alle partijen zich, met net zoveel inspanning en toewijding, zullen inzetten voor de implementatie van het actieplan, als dat zij hebben gedaan bij de totstandkoming ervan.

Lees de kamerbrief en download het hele rapport via deze website.