Zijn de decentralisaties in het sociale domein mislukt? - WMO training

In alle media, ook de sociale media, werd het recente rapport “Sociaal Domein op Koers?”, een evaluatie van de afgelopen vijf jaar na de transities in het sociale domein, van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gepubliceerd met de kop “De decentralisaties in het sociale domein zijn mislukt”. Maar is dat inderdaad zo? Ik denk niet dat de decentralisaties mislukt zijn, maar wel dat de benodigde cultuurverandering nog onvoldoende op gang is gekomen, waardoor gemeenten flink wat geld tekort komen.

Het SCP stelt dat de vooronderstellingen van het Rijk bij de decentralisaties onrealistisch zouden zijn. Die waren:

  • Gemeenten staan dichterbij de burger en kunnen daardoor beter maatwerk leveren waardoor de zorg tevens goedkoper wordt.
  • We moeten meer uitgaan van eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid, waardoor minder een beroep wordt gedaan op dure individuele voorzieningen
  • Oplossingen moeten eerst worden gevonden in het eigen netwerk
  • Algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn voorliggend op individuele voorzieningen

Het SCP stelt op grond van haar onderzoek, terecht, dat dit onvoldoende van de grond is gekomen. De transformatie zou niet goed van de grond zijn gekomen door onvoldoende budget, zo zeggen ook veel gemeenten. Verder concludeert het SCP dat de regels in de weg zouden zitten, vooral die van de Jeugdwet en de Participatiewet en dat daardoor de professionals onvoldoende ruimte ervaren om echt maatwerk te kunnen leveren. De sociale wijkteams, die juist de burgers snel en op maat zouden moeten helpen, kennen wachtlijsten. Ik ben wel blij met de aanbeveling van het SCP dat een stelselwijziging op dit moment niet aan de orde is omdat er binnen het huidige stelsel nog verbeteringen mogelijk zijn. Want met stelselwijzigingen zijn de mensen om wie het gaat niet geholpen, zo wijst de geschiedenis uit.

Wat ik echter mis in de conclusies van het onderzoek, is de geest van de wetgeving in het sociale domein. Om te beginnen was de bedoeling 1 huishouden 1 plan 1 regisseur. Of zoals in de Jeugdwet: 1 gezin 1 plan. Dat lees ik de laatste tijd nergens meer terug. Terwijl een goede zorgcoördinatie door 1 persoon juist zo belangrijk is voor een gezin. Zij zitten er niet op te wachten dat er soms 30 tot 40 zorgverleners over de vloer komen of dat ze met 10 verschillende instanties te maken hebben. Juist die kwetsbare gezinnen en huishoudens zien door de bomen het bos niet meer en hebben vaak geen idee wie van welke instantie er nu weer langs is geweest.

Verder was de bedoeling het goede gesprek, het keukentafelgesprek, waarmee de consulent in echte samenspraak met de zorgvrager en de mantelzorger tot een echte maatwerkoplossing zou komen, vanuit de leefwereld. Waarbij in eerste instantie zou worden gekeken wat de zorgvrager en zijn of haar netwerk nog zelf zou kunnen, daarna of er algemene, vaak welzijnsvoorzieningen, mogelijk zijn en de individuele voorzieningen het sluitstuk zijn.

In de praktijk zie ik, en dat blijkt ook uit dit onderzoek, dat er geen goed beeld is van wat een netwerk is. Dat kan namelijk ook die ene vriendin of buurvrouw zijn die regelmatig een kop koffie komt drinken om de eenzaamheid te verlichten. Het hoeft niet de hele familie te zijn waarmee wellicht geen goed contact is.

Ook zie ik dat er niet goed zicht is op algemene voorzieningen die een alternatief zouden kunnen zijn voor individuele voorzieningen zoals dagbesteding. Tijdens een onderzoek heb ik Wmo consulenten en beleidsmedewerkers een schema laten invullen, waarbij ik hen vroeg om voor alle individuele Wmo voorzieningen een alternatief te bedenken in de vorm van een welzijns- of commerciële voorziening. Ik kreeg halflege en lege formulieren terug. Terwijl bijvoorbeeld vrijwilligerswerk in een buurthuis een prima alternatief kan zijn voor geïndiceerde dagbesteding. Of een budgetcoach van Humanitas een uitstekend alternatief kan zijn voor individuele financiële begeleiding.

Wmo consulenten geven tot op de dag van vandaag aan dat ze het moeilijk vinden om het gesprek breder aan te pakken dan alleen de melding voor een individuele maatwerkvoorziening. Terwijl dat gesprek juist besparingen voor de gemeenten kunnen opleveren. Hier zijn nog veel trainingen voor nodig, daar gaan wij zelf binnenkort mee aan de slag met frontoffice-medewerkers van een gemeente.

Het SCP heeft het niet over de benodigde cultuurverandering die nodig is om de wetten in het sociale domein goed uit te kunnen voeren. Terwijl ik vind dat die cultuurverandering juist de essentie is van het verhaal. Als je doet wat je altijd deed, dan krijg je wat je altijd had. Dan verandert er niets en dan heb je hetzelfde budget nodig als voorheen. Met als gevolg tekorten op het budget waarop immers bezuinigd is.

Gemeenten zijn, al dan niet gedwongen door tijdgebrek, doorgegaan op de oude voet zoals vooraf aan de decentralisaties. Denk- en werkwijzen zijn niet veranderd en er zijn nauwelijks gemeenten die aan de slag zijn gegaan met echte vernieuwingen in de uitvoering. Ja, veel hebben sociale wijkteams ingericht. Multidisciplinaire teams met medewerkers vanuit verschillende organisaties die de wijk in werden gestuurd en zelf moesten uitzoeken hoe het moest. Die vervolgens hun bestaande werkwijze bleven toepassen. Veel gemeenten hebben de wijkteams opgetuigd zonder visie waarom dat een goede keuze zou zijn, want alle gemeenten deden dat nu eenmaal in 2014 en 2015. Ik adviseer het Rijk daarom in de eerste plaats de zo nodige cultuurverandering en handvatten daarvoor mee te nemen in de door het SCP voorgestelde herbezinning. Want een cultuurverandering duurt minstens 10 jaar. Ik hoop dat VWS deze keer het stelsel de tijd geeft om te rijpen.