Zal er ooit iets veranderen in het sociale domein? - WMO training

Vorig jaar schreef ik de blog “Het kan echt anders in de jeugdhulp”. Daarin beschreef ik, mede aan de hand van het promotie-onderzoek van Sharon Stellaard, hoe lastig en langdurig een cultuuromslag is en dat er in 25 jaar niet zoveel is bereikt om de bureaucratie en de wachtlijsten in de jeugdhulp te verminderen. Vorige week had ik een gesprek met iemand met wie ik een jaar of 12 terug had samengewerkt in het sociale domein. We waren het erover eens dat het Rijk en de gemeenten ernaar blijven streven om goedkoper te gaan werken in het sociale domein, maar dat dat niet gaat lukken zoals het nu gaat.We merken dat het lastig is voor gemeentelijke consulenten om na 20 a 30 jaar op dezelfde manier werken de broodnodige cultuuromslag te maken. Ook hun leidinggevenden weten niet goed hoe het anders moet. Alle gemeenten hebben keurig netjes in hun meerjarige beleidsplannen sociaal domein opgeschreven dat er meer een beroep moet worden gedaan op eigen kracht, sociaal netwerk en algemene voorzieningen alvorens een individuele maatwerkvoorziening te indiceren.

Vijf jaar na de transities in het sociale domein blijkt echter, ook uit onze eigen ervaringen met incompany trainingen, dat consulenten het nog erg moeilijk vinden om op een creatieve manier in een goed gesprek alternatieven te vinden voor de maatwerkvoorzieningen, vanuit de leefwereld van mensen. Terwijl ze hun inwoners daarmee juist goed kunnen ondersteunen met beter passende voorzieningen. Ondanks alle Citydeals en Villagedeals die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in de afgelopen jaren met de beste bedoelingen heeft opgetuigd. Tijdens onze opleidingen leren wij de cursisten om gewoon met gezond verstand en in een echt goed gesprek met mensen te onderzoeken wat hier en nu de belangrijkste problemen zijn die als eerste moeten worden opgelost. Dan zal vaak blijken dat die oplossingen heel simpel kunnen zijn, zoals het laten opruimen van de tuin van mensen met licht verstandelijke beperkingen, zodat de ruzie met de buren beëindigd kan worden. Daarover meer in het boek Gezond Verstand in het Sociale Domein.

Hetzelfde geldt voor de jeugdhulp. Wij zeggen altijd: “Kindproblemen zijn ouderproblemen”. Als ouders niet goed in hun vel zitten en als er financiële of huisvestingsproblemen zijn, dan hebben zij logischerwijs minder aandacht voor hun kinderen. Op school wordt gesignaleerd dat kinderen er verwaarloosd uitzien of geen ontbijt hebben gehad. Dan wordt er, begrijpelijk, een jeugdteam ingevlogen die naar de opvoedvaardigheden van de ouders kijkt. Belangrijker is in zo’n geval dat zij collega’s Participatiewet of schuldhulpverlening inschakelen om de bovenliggende problemen op te lossen. Daarmee krijgen ouders meer ruimte in hun hoofd en hebben zij weer meer aandacht voor hun kinderen. Door op die manier integraal te werken en het niet zelf te willen oplossen wordt er tijd bespaard en wellicht ook wachtlijstproblematiek. Volgende keer zal ik verder ingaan op de historie van de wachtlijsten in de jeugdhulp.